Een stripteasedanseres beschuldigt de eigenaar van de stripclub van prostitutiepraktijken. Moet je als je publiceert dan kunnen bewijzen dat de aantijgingen van de stripteasedanseres waar zijn? Moet een journalist de uitspraken van degene die hij interviewt nog checken? Moet hij nagaan of het wel feitelijk juist is wat er is gezegd? Of is het voldoende de uitspraak duidelijk toe te schrijven aan de geïnterviewde?
Zoals wel vaker het geval is met juristen zijn deze vragen niet met een simpel “ja” of “nee” te beantwoorden. Het hangt af van “de omstandigheden van het geval”. Deze twee IJslandse zaken van het Europese Hof van de Rechten voor de Mens (EHRM) scheppen wel wat meer duidelijkheid [Lees meer…] overEHRM bevestigt belang boodschappersfunctie van de pers

Dat blijkt uit een
Eerder
“Men moet in een democratische samenleving vertrouwelijk met elkaar kunnen communiceren, zonder angst dat de overheid meeluistert.” Zo omschreef de Staatcommissie Grondwet het belang van bescherming op privé-communicatie in een in 2010 verschenen
In mei dit jaar, op de Dag van de Persvrijheid, opende minister Donner een frontale aanval op het ‘misbruik’ dat er volgens hem van de Wet openbaarheid bestuur (Wob) werd gemaakt. Daarbij noemde hij als voorbeeld van misbruik het gebruik van de Wob door journalisten om ‘scoops’ te creëren. Donner kondigde een wetsvoorstel ter aanpassing van de Wob aan, wat
Huisarts Van der Linde heeft met zijn uitlatingen over vermeende belangenverstrengeling bij de griepprik niet onrechtmatig gehandeld, zo 

Een Nederlands bedrijf, Clazing B.V., specialiseert zich in de productie van halal kippenvlees. Volgens een columnist was er van alles mis bij dit bedrijf en hij uitte deze mening in twee stevig getoonzette stukken op internet. Clazing startte daarop een kort geding om (onder meer) de publicaties verwijderd te krijgen. De Voorzieningenrechter 