• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Mediareport

Juridisch weblog voor de media

  • Home
  • Onderwerpen
    • Persrecht
    • Reclamerecht
    • Internetrecht
    • Mediaregulering
    • Entertainment
    • Intellectuele Eigendom
    • Auteursrecht
    • Kansspelen
    • Bestuursrecht
  • Informatie
    • Nieuwsbrief
  • Nederlands
    • English
Home » archief » AG bij de Hoge Raad: journalistiek brongeheim geldt ook voor de bron zelf

AG bij de Hoge Raad: journalistiek brongeheim geldt ook voor de bron zelf

26 november 2014 door Jens van den Brink

In juni 2009 publiceert de Telegraaf het artikel “Beveiliging fors opgeschroefd. Dalai Lama bedreigd”. Naar aanleiding van dit artikel vermoedt de AIVD dat staatsgeheime documenten zijn gelekt en stelt de AIVD een onderzoek in. In dit onderzoek wordt de telefoon van de journalist van De Telegraaf afgeluisterd. Via deze gesprekken komt de AIVD de twee betreffende medewerkers op het spoor. Tijdens een huiszoeking bij hen worden staatsgeheime documenten aangetroffen. Het in bezit hebben van staatsgeheime documenten en het doorspelen daarvan is strafbaar. Zowel de journalist van de Telegraaf als beide medewerkers van de AIVD worden door het Openbaar Ministerie aangeklaagd. De zaak tegen de journalist wordt na onderzoek van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten geseponeerd. De zaak tegen de bronnen wordt echter doorgezet.

De rechtbank oordeelt dat het bewijs op onrechtmatige wijze is verkregen en dat de bronnen daarom vrijuit dienen te gaan; het Hof vernietigt deze uitspraak echter. Daarbij is volgens het Hof met name van belang dat het hier gaat om staatsgeheime informatie en dat ambtenaren bij uitstek verplicht zijn deze informatie geheim te houden. De bronnen worden beide veroordeeld tot gevangenisstraf. Wij schreven eerder over dit arrest op Media Report (MR 2013-14256).

De AIVD-medewerkers gingen in cassatie. In zijn recente conclusie in deze procedure adviseerde Advocaat Generaal Spronken de Hoge Raad dat ook bronnen een beschermde positie moeten hebben in verband met de journalistieke bronbescherming. De AG verwijst onder meer naar de overweging van het EHRM in Ostade Blade/Nederland  dat de bescherming die wordt verstrekt door het bronbeschermingsrecht “… is twofold, relating not only to the journalist, but also and in particular to the “source” who volunteers to assist the press in informing the public about matters of public interest (see Nordisk Film…).”

De AG leidt uit de EHRM rechtspraak af “dat het journalistiek bronbeschermingsrecht niet per definitie uitsluitend strekt tot bescherming van de belangen van de journalist zijn bron niet prijs te geven. Art. 10 EVRM beoogt ook in voorkomende gevallen bescherming te bieden aan de bron zelf, teneinde deze niet af te schrikken de pers te ondersteunen in zijn democratisch belangrijke taak informatie van publiek belang te publiceren, al moet worden toegegeven dat uit deze overwegingen niet kan worden afgeleid waaruit deze bescherming dan zou moeten bestaan. Een dergelijke vraag is naar mijn weten nog niet aan het EHRM voorgelegd.” Volgens de AG dient het bronbeschermingsrecht het bredere belang van vrijheid van nieuwsgaring en behoren ook bronnen een beschermde positie behoren te hebben.

Uiteindelijk lijkt de AIVD-medewerker niet geholpen te worden door de conclusie van de AG. Want hij concludeert dat onduidelijk is wat het motief van de AIVD-ambtenaar was om de informatie te lekken naar De Telegraaf. Dus is ook niet vast komen te staan dat dit is gedaan in het algemeen belang, bijvoorbeeld om een misstand bij de overheid aan de kaak te stellen. Dat betekent volgens de AG dat met het lekken van de geheime informatie niet een dusdanig algemeen belang is gediend, dat het belang van de AIVD-informatie geheim te houden daarvoor zou moeten wijken. Terugverwijzing naar het hof is volgens de AG dus niet nodig.

Waar deze opinie een belangrijke opsteker lijkt te zijn voor klokkenluiders en bronnen in het algemeen, lijkt het voor de verdachte in deze zaak uit te draaien op een pyrrusoverwinning (als al van een overwinning gesproken kan worden). Maar het afwachten is natuurlijk op de beslissing van de Hoge Raad.

Update:

De Hoge Raad oordeelde bij arrest van 31 maart 2015:

“Het Hof heeft geoordeeld dat de inhoud van de door de AIVD afgeluisterde telefoongesprekken van de journalisten in de strafzaak tegen de verdachte voor het bewijs mag worden gebezigd. Daarin ligt als het oordeel van het Hof besloten dat het recht van de journalist op bescherming van journalistieke bronnen geen grond vormt om jegens de verdachte, aan wie het in strijd met haar functie als medewerker van de AIVD verstrekken van staatsgeheime informatie aan de pers is tenlastegelegd, het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting te verbinden aan de vrucht van het door de CTIVD jegens de journalisten als niet-proportioneel aangemerkte handelen van de AIVD. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de opvatting waarop de klacht berust, te weten dat de verdachte op gelijke voet als de journalist door het recht op vrije nieuwsgaring is beschermd tegen onthulling van haar identiteit als ‘bron’ en tegen het gebruik van de inhoud van uit afgeluisterde gesprekken van journalisten afkomstige informatie voor het bewijs van het haar tenlastegelegde, geen steun vindt in het recht. …

Het Hof heeft geoordeeld dat de voor de verdachte uit hoofde van haar functie als medewerker van de AIVD geldende geheimhoudingsplicht – behoudens buitengewone omstandigheden – moet worden aangemerkt als een aan de daaraan ingevolge art. 10, tweede lid, EVRM te stellen eisen beantwoordende en aldus toelaatbaar te achten beperking van het haar toekomende recht op vrije meningsuiting. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De omstandigheid dat in het onderhavige geval de CTIVD het opnemen van gesprekken van de journalisten gedurende zekere tijd als een schending van beginselen van proportionaliteit heeft gekenschetst, brengt niet mee dat het Hof dit als een het handelen van de verdachte rechtvaardigende, buitengewone omstandigheid diende aan te merken, ook niet als daarbij wordt betrokken dat de bescherming van journalistieke bronnen met het oog op het voorkomen van een zogenoemd “chilling effect” een essentieel element is van het recht op vrije nieuwsgaring door de pers. Het oordeel van het Hof dat zich dergelijke buitengewone omstandigheden niet voordoen, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.”

Het arrest is hier te vinden.

 

XFacebookLinkedInWhatsAppMessengerEmail

Onderwerp: Persrecht Tags: bescherming bron, bronbescherming, brongeheim, Hoge Raad, journalistiek verschoningsrecht, klokkenluider, Telegraaf, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van nieuwsgaring

Primaire Sidebar

Zoek

Geschreven door

Jens van den Brink

Tel: +31 20 5506 843
E-mail: jens.van.den.brink@kvdl.com
Bekijk profiel

Lees alle artikelen van deze auteur

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de Media Report Nieuwsbrief!

Abonneer

Onderwerpen

  • Persrecht
  • Reclamerecht
  • Internetrecht
  • Mediaregulering
  • Entertainment
  • Intellectuele Eigendom
  • Auteursrecht
  • Kansspelen
  • Bestuursrecht

Footer

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de Media Report Nieuwsbrief!

Abonneer

Copyright © 2026 Media Report