In een kort geding over een podcast van NRC is op verzoek van NRC een extra zitting ingelast, waarin uitsluitend de spoedeisendheid van de zaak werd beoordeeld. De voorzieningenrechter in Amsterdam vond dat de vereiste spoed ontbrak en wees de vorderingen af zonder inhoudelijke behandeling. NRC had daarom gevraagd omdat in deze zaak heel veel tijd was verstreken zodat de urgentie volgens NRC ontbrak, terwijl het een omvangrijke zaak was met een uitgebreide dagvaarding over een achtdelige podcast. Dus om ‘proceseconomische redenen’ (zoals dat zo mooi heet) en om kosten te besparen, verzocht NRC om eerst de spoedeisendheid te beoordelen. Met succes dus.
Wij hebben een dergelijke aparte zitting met het verzoek de zaak niet inhoudelijk te behandelen niet eerder meegemaakt, en weten ook niet van vergelijkbare gevallen. De voorzieningenrechter liet vallen dat andere rechtbanken dit ook wel eens doen, dus kennelijk is het geen primeur. En hoewel spoedeisendheid in kort gedingen relatief snel wordt aangenomen, kan deze optie in gevallen waarin de urgentie echt twijfelachtig is heel nuttig zijn om veel kosten en inspanning te besparen.
Hierna voor de liefhebber de details van de zaak.
NRC podcast over restitutie Kandinsky
NRC heeft eind 2023 de achtdelige podcastserie ‘Hier hing een schilderij’ gepubliceerd. De podcast reconstrueert de restitutie van het schilderij ‘Bild mit Häusern’ van Kandinsky. Dit schilderij hing in het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar is uiteindelijk door de gemeente Amsterdam teruggegeven aan de erfgenamen van de (Joodse) eerdere eigenaar van het schilderij. Zij stelden dat de verkoop van het schilderij gebeurde onder druk van de nazi’s.
De makers van de podcast hebben tijdens hun onderzoek contact gehad met Mondex, een Canadees bedrijf dat de erfgenamen hielp bij het terugkrijgen van het schilderij. Nadat de podcast al online was gezet klaagde Mondex (op 27 juni 2024) dat de podcast onrechtmatig zou zijn. NRC heeft daarop een tweetal correcties doorgevoerd. Na twee nieuwe sommaties in oktober 2024 en februari 2025 startte Mondex in april 2025 een kort geding, waarin zij onder andere het offline halen van de hele podcast vorderde.
NRC verzocht toen dus de zaak af te doen zonder inhoudelijk zitting, om eerst alleen het spoedeisend belang te laten beoordelen. De voorzieningenrechter ging daar als gezegd in mee en oordeelde op de zitting dat het spoedeisend belang van eisers inderdaad ontbreekt. Daarbij woog de voorzieningenrechter mee dat de podcast op dit moment niet meer zo’n groot bereik heeft en dat er geen reclame meer wordt gemaakt voor de serie. Ook is relevant dat eisers er lang over hebben gedaan om de spoedprocedure te starten, terwijl vanaf de eerste reactie van NRC al duidelijk was dat zij de podcast niet offline zou halen. Het was dus logischer geweest als eisers toen actie hadden ondernomen en een kort geding waren gestart:
Het is mogelijk dat te lang stilzitten door een eiser niet leidt tot verlies van spoedeisend belang, maar dan moet er wel sprake zijn van urgente, ernstige schade, waarbij een bodemprocedure evident niet kan worden afgewacht. Dat is hier door Mondex en [eiser 2] onvoldoende onderbouwd. Zij hebben niet voldoende toegelicht dat zij ernstige schade lijden, laat staan welke specifieke uitingen daartoe hebben geleid, waardoor op dit moment een voorziening vereist is. Enkel het stellen dat sprake is van reputatieschade is onvoldoende.
Verder oordeelt de voorzieningenrechter dat in deze zaak veel feitelijke verwijten worden gemaakt en deze zorgvuldig moeten worden onderzocht. Dat maakt dat, in combinatie met het ontbreken van spoed, de zaak meer geschikt is voor een bodemprocedure.
Tot slot weegt de voorzieningenrechter ook het belang van NRC bij voldoende voorbereidingstijd mee:
In het licht van ‘equality of arms’ speelt tot slot mee dat het voor NRC een tijd geleden is dat zij het onderzoek ten behoeve van de podcast heeft verricht en dat het nu (nadat [eisers] uitvoerig de tijd hebben genomen hun feitenonderzoek te doen) voor NRC tijd vergt om zich alsnog inhoudelijk goed te kunnen verweren. Een korte voorbereidingstijd is inherent aan een spoedprocedure, maar omdat de spoed aan de zijde van [eisers] ontbreekt is er ook geen rechtvaardiging om NRC te dwingen om op korte termijn uitgebreid verweer te voeren.
De vorderingen van Mondex en de oprichter worden dus afgewezen. Dit vonnis laat zien dat een spoedeisend belang in sommige gevallen ook bij publicaties die nog online staan kan ontbreken. Bovendien is dit vonnis een mooi voorbeeld waarin de rechtspraak efficiëntie meeweegt in de procedure, door een procedureel verweer eerst te beoordelen voordat de zaak inhoudelijk wordt gevoerd.
NRC werd in deze zaak bijgestaan door Lotte Oranje en Simon Niens.

