Zembla, het onderzoeksjournalistieke programma van BNNVARA, zond twee jaar geleden een aflevering uit waarin zij onderzocht hoe het Iraanse bewind probeert de aan Iran opgelegde sancties in Nederland te ontduiken. Hier heeft Zembla ook een podcastaflevering over gemaakt en artikelen over gepubliceerd op haar website. In de uitzending komt aan bod dat een dochteronderneming van een Iraans olieconcert, O1 International, lijkt te zijn opgericht om de aan het Iraanse regime opgelegde sancties te ontduiken. Volgens Zembla bestaan er banden tussen het moederbedrijf van O1 International (OIEC) en het Iraanse staatsoliebedrijf (NIOC), dat op haar beurt onder zeggenschap zou staan van de Iraanse Revolutionaire Garde. De Revolutionaire Garde is door Europa gesanctioneerd wegens het op grote schaal schenden van mensenrechten, waardoor handel met haar en aan haar gelieerde bedrijven verboden is. Volgens deskundigen die aan bod komen in de uitzending moet O1 International, gelet op de hiervoor genoemde banden, óók worden behandeld als gesanctioneerde partij aangezien zaken doen met haar ten goede kan komen aan de Revolutionaire Garde.
Volgens O1 International zijn de publicaties van Zembla onrechtmatig. In de procedure die zij aanspant bij de rechtbank Den Haag vordert zij een verbod op de publicaties en het doen van soortgelijke beschuldigingen, een rectificatie en een veroordeling tot betaling van schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt ten eerste dat sanctie-ontduiking door het Iraanse regime een onderwerp van maatschappelijk belang is, dat in de belangstelling staat van het publiek en de politiek. “Dat betekent dat er op grond van de uitingsvrijheid voor Zembla veel ruimte moet zijn om dit onderwerp aan de orde te stellen.”
Vervolgens oordeelt de rechtbank dat Zembla voldoende feitelijke onderbouwing had voor de stelling dat het moederbedrijf van O1 International in eigendom is en/of onder zeggenschap staat van NIOC. Gelet op de nauwe banden tussen de Revolutionaire Garde en NIOC, kon Zembla dus ook met een voldoende feitelijke basis stellen dat het moederbedrijf van O1 International ‘an affiliate of the Revolutionary Guard’ is. Wel merkt de rechtbank op dat Zembla op één punt onzorgvuldig is geweest, namelijk wat betreft een getrokken conclusie uit een Brits vonnis over de rol van O1 International bij een oliedeal. Dit maakt de publicaties volgens de rechtbank echter niet onrechtmatig, want dit onderdeel “betreft niet de kern van de uitzending, maar is slechts een spreekwoordelijk stukje van de puzzel die Zembla heeft willen leggen.” Over een van de deskundigen die in de uitzending van Zembla voorkwam oordeelt de rechtbank:
“[santierecht-advocaat] is als gespecialiseerd sanctierechtadvocaat een gezaghebbende bron op het gebied van de toepasselijke nationale en Europees rechtelijke regelgeving rondom de sancties tegen Iran. Zembla mag op zijn expertise op dat gebied afgaan en mag dus ook het publiek tonen hoe de sanctiewetgeving volgens [santierecht-advocaat] moet worden uitgelegd. Dit behoort tot de journalistieke rol van Zembla als doorgeefluik van belangwekkende opinies van derden, waarvoor Zembla volgens vaste rechtspraak op grond van de persvrijheid veel ruimte moet hebben en behoudens zwaarwegende omstandigheden (die zich hier niet voordoen) niet aansprakelijk kan worden gehouden.”
Al met al vindt de rechtbank dat Zembla voldoende zorgvuldig te werk is gegaan bij de totstandkoming van haar publicaties waarbij de kernboodschap van de uitzending – dat via O1 International sancties worden ontdoken – voldoende feitelijke basis kent. Bovendien had Zembla O1 International voldoende ruimte geboden tot wederhoor. Dat O1 International hier geen gebruik van heeft gemaakt, kan volgens de rechtbank niet aan Zembla worden tegengeworpen. Bovendien heeft Zembla voldoende nuance aangebracht in de uitzending. Ook merkt de rechtbank op dat O1 International als commerciële onderneming die actief is binnen (onder meer) de internationale olie- en gas industrie, met oud-bestuurders die later hoge functies zijn gaan bekleden in de Iraanse olie-industrie, in hogere mate heeft te dulden dat zij onderwerp van kritisch journalistiek onderzoek wordt.
Aldus concludeert de rechtbank dat de publicaties van Zembla niet onrechtmatig zijn jegens O1 International en wijst zij al haar vorderingen af.
In deze procedure werd BNNVARA bijgestaan door Lotte Oranje en Simon Niens.

