• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Mediareport

Juridisch weblog voor de media

  • Home
  • Onderwerpen
    • Persrecht
    • Reclamerecht
    • Internetrecht
    • Mediaregulering
    • Entertainment
    • Intellectuele Eigendom
    • Auteursrecht
    • Kansspelen
    • Bestuursrecht
  • Informatie
    • Nieuwsbrief
  • Nederlands
    • English
Home » archief » Artikelen NRC over gevaarlijke stoffenlozing rechtmatig

Artikelen NRC over gevaarlijke stoffenlozing rechtmatig

25 maart 2025 door Kimia Heidary

In de zomer van 2023 publiceerde NRC een reeks artikelen over het lozen van gevaarlijke stoffen en slechte arbeidsomstandigheden bij een tankreinigingsbedrijf. Het tankreinigingsbedrijf startte een procedure tegen NRC. De beschuldigingen in de publicaties waren volgens het bedrijf onrechtmatig en NRC zou in het onderliggende onderzoek niet de nodige journalistieke zorgvuldigheid in acht hebben genomen. Het bedrijf vorderde onder meer schadevergoeding voor reputatieschade en financiële verliezen.

De rechtbank Amsterdam wijst in haar vonnis van 29 januari 2025 alle vorderingen van het tankreinigingsbedrijf af. Het vonnis bevat relevante overwegingen over de journalistieke zorgvuldigheid en de mate waarin uitlatingen steun dienen te vinden in het beschikbare feitenmateriaal. De vrijheid van meningsuiting van een nieuwsmedium weegt zwaar, vooral bij publiekelijk belangrijke onderwerpen als milieu en gevaarlijke stoffen, aldus de rechtbank (r.o. 4.3).

Het onderzoek dat ten grondslag lag aan de berichtgeving van NRC bestond onder andere uit verklaringen van oud-medewerkers en documenten die NRC had ingezien. Voordat de artikelen werden gepubliceerd, heeft een journalist van NRC meerdere keren contact opgenomen met het tankreinigingsbedrijf en de bevindingen van het onderzoek voorgelegd voor wederhoor. Het bedrijf gaf aan niet te willen reageren. In de procedure betwistte het bedrijf vervolgens de betrouwbaarheid van het onderzoek en de uitlatingen van NRC: in het bijzonder de bevindingen van de gesprekken met oud-medewerkers zouden volgens het bedrijf onjuist en ongeloofwaardig zijn.

Over de vraag of de uitlatingen voldoende steun vinden in het feitenmateriaal overweegt de rechtbank dat het niet zo is dat feiten pas gepubliceerd mogen worden als deze min of meer onomstotelijk vast zijn komen te staan: “Dat zou immers betekenen dat de nieuwsvoorziening en het commentaar op nieuws in de media voor een belangrijk deel onmogelijk zou worden” (r.o. 4.4). Het moment van publicatie is daarbij doorslaggevend: “Later gebleken feiten die de juistheid van de uitingen ondersteunen, kunnen alsnog – achteraf – een rechtvaardiging voor die publicatie vormen, ook al was de feitelijke basis aanvankelijk te mager. Andersom maken later gebleken feiten die de juistheid van het gepubliceerde weerspreken, die publicatie niet achteraf onrechtmatig wanneer de ten tijde van de publicatie beschikbare feiten die publicatie op dat moment wel rechtvaardigden” (r.o. 4.6). De rechtbank sluit hier aan bij een uitspraak van het Hof Den Haag over een uitzending van Zembla (zie onze eerder blog hierover).

De rechtbank oordeelt verder dat NRC heeft voldaan aan de journalistieke zorgvuldigheid ten tijde van publicatie, onder andere door hoor en wederhoor toe te passen: “NRC heeft [eiser] meermaals de mogelijkheid gegeven om voorafgaand aan de publicatie haar visie op de bevindingen te delen, zodat [eiser] de mogelijkheid had om het beeld dat bij NRC op moment bestond bij te stellen. [Eiser] heeft er toen echter voor gekozen hier niet op te reageren. Dat kan NRC niet worden verweten” (r.o. 4.6)

Een nieuwsmedium mag bovendien in de vervulling van de boodschappersfunctie ook gebruik maken van verklaringen van oud-medewerkers, ook als deze anoniem zijn, “zolang een journalist maar zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de geloofwaardigheid van de door die bronnen afgelegde verklaringen” (r.o. 4.5). De rechtbank oordeelt dat dit het geval is en overweegt daarbij ook: “De verklaringen van de medewerkers vertonen overeenkomsten en vinden dus steun in elkaar, maar ook in andere bewijsmiddelen. Daarom mocht NRC zich baseren op deze verklaringen” (r.o. 4.12).

In de procedure voert het bedrijf tien uitingen aan die volgens haar onrechtmatig zijn. De rechtbank loopt deze uitlatingen – over de lozing van gevaarlijke stoffen en daaraan gerelateerde arbeidsongevallen – één voor één af en komt tot de conclusie dat de uitingen allemaal niet onrechtmatig zijn. De uitingen vinden voldoende steun in het feitenmateriaal dat NRC destijds tot haar beschikking had en NRC heeft daarbij de nodige zorgvuldigheid beoefend.

De rechtbank wijst alle vorderingen van het tankreinigingsbedrijf af en veroordeelt haar tot betaling van de proceskosten.

In deze procedure werd NRC bijgestaan door Lotte Oranje en Siebe van Cassel.

XFacebookLinkedInWhatsAppMessengerEmail

Onderwerp: Persrecht Tags: beschikbare feitenmateriaal, boodschappersfunctie, bronnen, journalistieke zorgvuldigheid, Maatschappelijk belang, milieu, NRC, persvrijheid

Primaire Sidebar

Zoek

Geschreven door

Kimia Heidary

Lees alle artikelen van deze auteur

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de Media Report Nieuwsbrief!

Abonneer

Onderwerpen

  • Persrecht
  • Reclamerecht
  • Internetrecht
  • Mediaregulering
  • Entertainment
  • Intellectuele Eigendom
  • Auteursrecht
  • Kansspelen
  • Bestuursrecht

Footer

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de Media Report Nieuwsbrief!

Abonneer

Copyright © 2026 Media Report