
Een federale rechter in de Verenigde Staten heeft de rechtszaak van president Donald Trump tegen journalist Bob Woodward, uitgever Simon & Schuster, en mediabedrijf Paramount afgewezen (‘motion to dismiss’). De zaak draaide om het audioboek The Trump Tapes, dat is samengesteld uit interviews die Trump in zijn eerste presidentstermijn (2016-2020) gaf aan Woodward.
Trump claimde bijna 50 miljoen dollar schadevergoeding en stelde dat hij auteursrechten had op de inhoud, omdat het om zijn woorden ging. Hij eiste een verklaring dat hij eigenaar was van zowel het audioboek als de originele opnames.
De rechter oordeelde dat Trump niet aannemelijk had gemaakt dat hij als mede-auteur kon worden beschouwd of dat hij op enige andere manier auteursrechtelijke aanspraken had op het werk. De interviews waren met zijn toestemming opgenomen, en het gebruik ervan viel binnen de grenzen van journalistieke vrijheid. De rechter heeft Trump de kans gegeven om zijn klacht aan te passen en opnieuw in te dienen, hoewel de rechter erbij vermelde dat het “onwaarschijnlijk” lijkt dat Trump “op adequate wijze een plausibel auteursrechtelijk belang kan aanvoeren”.
Woodward en de mediabedrijven hadden aangevoerd dat het toekennen van auteursrechten aan overheidsfunctionarissen op hun publieke uitspraken een risico zou vormen voor de persvrijheid. Het zou kunnen leiden tot censuur van publieke informatie en het beperken van de toegang tot uitspraken van politieke leiders. Het is een mooie ontwikkeling voor de persvrijheid dat de federale rechter kritisch kijkt naar het toekennen van het auteursrecht op publieke uitspraken.

