Voor het tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken schreven Lotte Oranje en Siebe van Cassel een artikel over de spelregels bij uitingsvrijheid in de topsport. Het artikel verscheen in april en is te lezen via deze link. In het artikel wordt aan de hand van verschillende praktijkvoorbeelden besproken waar de grenzen van de uitingsvrijheid van derden die publiceren over topsporters liggen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het juridische begrip ‘uitingsvrijheid’, de (on)rechtmatigheid van uitingen, de consequenties van onrechtmatigheid en het aan dat thema verwante onderwerp portretrecht.
Hieronder wordt de inhoud per onderwerp summier weergegeven.
Uitingsvrijheid
Uitingsvrijheid is beschermd in de Grondwet en internationale verdragen, maar mag beperkt worden wanneer dat strikt noodzakelijk is. Publieke figuren, wat topsporters vaak zijn, hebben weliswaar meer kritiek te dulden, maar ook hun eer en reputatie worden beschermd. Of een uiting onrechtmatig is, dient bepaald te worden aan de hand van een belangenafweging.
De (on)rechtmatigheid van uitingen
In een zaak van voetballer Domagoj Vida, ook wel bekend als de ‘knipoog-Kroaat’, werd geoordeeld dat een volgens de rechter ‘misplaatste’ grap van commentator Sierd de Vos over het uiterlijk van Vida niet onrechtmatig was, omdat het duidelijk geen serieuze beschuldiging betrof. In een zaak van de Franse voetballer Nicolas Anelka werd bepaald dat een grove quote van hem in de Franse sportkrant l’Équipe voldoende steun vond in de feiten.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in verschillende zaken grenzen aan de uitingsvrijheid gesteld. In de zaak Thomaidis v. Greece werd een journalist veroordeeld omdat hij zonder hoor en wederhoor ernstige beschuldigingen over matchfixing uitzond, die deels gebaseerd bleken op illegaal verkregen materiaal. In de zaak Armellini and others v. Austria werd een krant veroordeeld vanwege sensatiebeluste berichtgeving over drie voetballers omdat hier onvoldoende feitelijke onderbouwing voor bestond.
Consequenties van onrechtmatige uitlatingen
Onrechtmatige uitlatingen over topsporters kunnen leiden tot juridische consequenties, waaronder publicatieverboden, rectificaties of schadevergoedingen. In een zaak over de biografie van Johan Cruijff oordeelde de rechter dat een beschuldiging in het boek onrechtmatig was, maar dat het te ver ging om de biografie te herdrukken. In plaats daarvan werd een rectificatie via inlegvellen en via media opgelegd. In het arrest Real Madrid/Le Monde oordeelde het HvJ EU dat de tenuitvoerlegging van een vonnis uit een EU-lidstaat door een andere EU-lidstaat alleen geweigerd mag worden wanneer de tenuitvoerlegging van het vonnis de uitingsvrijheid evident zou schenden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer tenuitvoerlegging zorgt voor een ‘chilling effect’, wat inhoudt dat journalisten en uitgevers worden afgeschrikt om in de toekomst over vergelijkbare onderwerpen van publiek belang te berichten.
Het gebruik van het portret van sporters
Het portretrecht beschermt sporters tegen ongeoorloofd gebruik van hun beeltenis. Bij niet-opdrachtportretten kan publicatie onrechtmatig zijn wanneer een redelijk belang van de sporter wordt geschaad. In zaken van Johan Cruijff, Edgar Davids en Max Verstappen is bevestigd dat commerciële belangen van een sporter zwaarder kunnen wegen dan de uitingsvrijheid van media. De Hoge Raad oordeelde verder dat een lookalike onder omstandigheden (gelet op de context en herkenbaarheid) als portret kan kwalificeren.
Afsluiting
De besproken zaken laten zien dat uitingsvrijheid belangrijk, maar niet absoluut is. Sporters hoeven niet alles te tolereren wat over hen wordt gezegd of geschreven, vooral niet als hiermee hun eer of commerciële belangen worden geschaad. Tegelijk beschermt die vrijheid ook de eigen uitingen van sporters en blijft uitingsvrijheid cruciaal bij het waarborgen van het publieke debat.

