Na de beschuldigingen van wangedrag richting voormalig hoofdredacteur van WNL, Bert Huisjes, stelt WNL een onderzoek in onder leiding van KPMG. Presentatrice en voormalig medewerkster van WNL, Margreet Spijker, is geïnterviewd voor dit onderzoek. Zij ontvangt daarvan een verslag, maar krijgt geen inzage in het hele rapport. Spijker vindt dat zij door WNL is benadeeld en begint een kort geding met als inzet openbaarmaking van het rapport.
Spijker vordert in de procedure:
- Publicatie van het rapport op de website van WNL;
- Openbaarmaking van het rapport (door Spijker); en
- Een voorschot van EUR 50.000,- op de door haar gemaakte en te maken advocaatkosten.
Ter ondersteuning van haar vorderingen haalt Spijker, in de woorden van de rechtbank, “een veelheid aan wet- en regelgeving aan, maar verzuimt dit concreet op haar situatie toe te passen“.
10 EVRM en toegang tot (overheids)informatie
De rechtbank stelt voorop, en in lijn met de jurisprudentie van het EHRM, dat er geen algemeen recht op toegang tot informatie bestaat op grond van artikel 10 EVRM en 19 IVBPR. Een recht op publicatie van het rapport kan hier dus niet uit volgen.
De rechtbank oordeelt dat er in bepaalde gevallen wel een recht op overheidsinformatie kan bestaan. Daarvoor moeten volgens de rechtbank alleen “andere juridische wegen worden bewandeld“. De rechtbank doelt hier waarschijnlijk op een Woo-verzoek. Daarbij noemt de rechtbank nog dat het niet zeker is dat het om overheidsinformatie gaat aangezien WNL “onweersproken heeft gesteld dat (in ieder geval een groot deel van) de informatie afkomstig is van een privaat consultancy bureau (KPMG) en is opgesteld in opdracht van een private vereniging” en “staat ter discussie of het onderzoek gefinancierd is met privaat (verenigings)geld of met overheidsgeld“.
Ook vindt de rechtbank het van belang dat Spijker niet wordt belemmerd in haar recht om over de kwestie te publiceren en WNL haar beroep op gegevensbescherming niet gebruikt om een maatschappelijk debat in de kiem te smoren. Daarmee is de essentie van 10 EVRM niet in het geding.
Overige grondslagen
Ook de overige grondslagen die Spijker aanvoert voor inzage/publicatie van het rapport slagen niet. Er bestaat volgens de rechtbank geen algemeen recht op inzage/publicatie van het rapport op basis van het feit dat:
- Spijker medewerkster van WNL was;
- Spijker het niet eens is met de conclusie die de RvT uit het rapport trekt;
- De opstelling van de RvT ten aanzien van het gemelde gedrag in strijd zou zijn met de Gedragscode van WNL;
- Spijker ervan uitging dat het rapport openbaar gemaakt zou worden; of
- Spijker als klokkenluider zou kwalificeren.
De rechtbank vermeld daarbij nog dat Spijker in deze procedure ook niet aangemerkt kan worden als klokkenluider.
Privacy
Naast het feit dat er geen enkele grondslag is die Spijker recht geeft op inzage/publicatie van het rapport, benadrukt de rechtbank dat ook de privacyrechten van WNL en van de geïnterviewden zich tegen openbaarmaking verzetten. Openbaarmaking van het rapport is namelijk nooit toegezegd en aan de geïnterviewden is vertrouwelijkheid beloofd.
“En verder geldt (…) dat de geïnterviewden geen rekening hebben gehouden met de mogelijkheid dat het rapport waaraan zij meewerkten integraal op de website van [gedaagde] gepubliceerd zou worden en mogelijk tot identificering zou kunnen leiden. [eiseres] heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat een afweging tussen haar belang op publicatie en verspreiding van het Rapport en het belang van de overige geïnterviewden op bescherming van hun privacy (waaronder ook die van journalisten en presentatoren) in het voordeel van [eiseres] moeten uitvallen.”
Sterker nog, openbaarmaking van het rapport zou tot ongewenste neveneffecten kunnen leiden voor toekomstige onderzoeken naar misstanden:
“[gedaagde] vreest dat het alsnog publiceren van het onderzoek ertoe leidt dat werknemers bij mogelijke toekomstige onderzoeken zich niet meer vrij voelen vrijuit te spreken of zelfs zullen weigeren mee te doen. De voorzieningenrechter acht een dergelijk (ongewenst) neveneffect bij toewijzing van de gevorderde publicatie van het Rapport niet onaannemelijk.”
Tussenoplossing
Tot slot wordt ook de creatieve tussenoplossing die Spijker voortselde door de rechtbank van de hand gewezen:
“[eiseres] heeft op de zitting nog gemeld dat er een tussenoplossing is, namelijk dat zij alle gegevens kan inzien en dan zal kijken of er gepubliceerd kan worden. Deze pas op de zitting genoemde tussenoplossing wordt niet gevolgd. Zoals hiervoor al is overwogen bestaat er geen algemeen inzagerecht van (oud)medewerksters of van journalisten op alle gegevens die betrekking hebben op het Rapport en alle overige bescheiden. Het is ook niet aan [eiseres] om te beoordelen welke onderdelen al dan niet gepubliceerd mogen worden. het is daarbij volstrekt niet duidelijk welke informatie [eiseres] vervolgens wel of niet geschikt acht voor publicatie. Ook bij mogelijke publicatie na inzage moet [eiseres] rekening houden met bijvoorbeeld de (privacy)belangen van de overige geïnterviewden en zij heeft al laten merken deze ondergeschikt te achten aan het journalistieke doel van de publicatie. Onvoldoende uitgesloten is dat de tussenoplossing feitelijk neerkomt op nagenoeg volledige publicatie en verspreiding van alle gegevens, wat nu juist in kort geding niet toewijsbaar is.”
De rechtbank wijst uiteindelijk alle vorderingen af.
WNL werd bijgestaan door Jens van den Brink en Laura Poolman.

