Na bijna vijf jaar is er een gerechtelijk oordeel in de Thomson Reuters tegen Ross intelligence-zaak, waarover wij al eerder berichtten.
In 2020 heeft Reuters zijn concurrent Ross Intelligence in de Verenigde Staten aangeklaagd. Het bedrijf stelde dat Ross Intelligence zonder toestemming inhoud uit de Westlaw-database had gekopieerd en deze had gebruikt om een concurrerend AI-gestuurd platform voor juridisch onderzoek te trainen. Volgens Reuters was hiermee sprake van auteursrechtinbreuk.
Ross Intelligence stelde dat er geen sprake was van inbreuk, en deed hierbij onder andere een beroep op de Amerikaanse fair use-doctrine. Fair use is een uitzondering binnen het Amerikaanse auteursrecht die in bepaalde situaties het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal toestaat zonder toestemming van de rechthebbende. Hierbij wordt gekeken naar criteria zoals de mate van transformatie, de hoeveelheid gekopieerd materiaal en de impact op de markt voor het originele werk. In het Nederlandse auteursrecht kennen wij deze specifieke uitzondering niet.
De federale rechter in Delaware oordeelde echter dat het gebruik door Ross Intelligence niet onder fair use valt. Het kopiëren van de Westlaw-database werd niet als transformatief beschouwd en werd bovendien als schadelijk voor de marktpositie van de originele werken gezien. De rechter concludeerde dan ook dat Ross Intelligence inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van Reuters.
Deze zaak heeft een speciaal karakter omdat het over rechtspraak gaat en dus al dateerde van voor de AI hausse. Het is interessant of dit oordeel navolging krijgt in andere zaken.

