• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst

Mediareport

Juridisch weblog voor de media

  • Home
  • Onderwerpen
    • Persrecht
    • Reclamerecht
    • Internetrecht
    • Mediaregulering
    • Entertainment
    • Intellectuele Eigendom
    • Auteursrecht
    • Kansspelen
    • Bestuursrecht
  • Informatie
    • Nieuwsbrief
  • Nederlands
    • English
Home » archief » Haarlems Dagblad mocht de voornaam + eerste letter van de achternaam van nachtclubeigenaar noemen

Haarlems Dagblad mocht de voornaam + eerste letter van de achternaam van nachtclubeigenaar noemen

11 februari 2025 door Siebe van Cassel

Illustratie bij het artikel van Haarlems Dagblad van 6 april 2024

Eind 2023 en in april 2024 publiceerde het Haarlems Dagblad een reeks artikelen over een eigenaar van een Haarlemse nachtclub die verdacht werd van aanranding en verkrachting van twee minderjarige meisjes. De eigenaar begon hierop een procedure tegen twee entiteiten van Mediahuis, de uitgever van Haarlems Dagblad. Hij stelde dat zijn naam niet gepubliceerd had mogen worden en dat meerdere artikelen onrechtmatig waren, en vorderde onder meer schadevergoeding.

In haar vonnis van 11 december 2024 maakt de rechtbank Amsterdam korte metten met het betoog van de nachtclubeigenaar. De uitspraak bevat relevante overwegingen voor de perspraktijk. Hieronder zullen de belangrijkste punten besproken worden.

Wat betreft het noemen van de voornaam en de eerste letter van de achternaam van de nachtclubeigenaar acht de rechtbank het relevant dat het Haarlems Dagblad in haar eerste publicatie over de nachtclubeigenaar slechts had vermeld dat een eigenaar van een nachtclub in Haarlem werd verdacht van aanranding en verkrachting van twee minderjarige meisjes. Deze informatie had het dagblad een-op-een overgenomen uit een persbericht van de politie. Haarlems Dagblad plaatste het artikel op haar Facebook-pagina, en vervolgens noemden lezers in reacties onder dat bericht de naam van de nachtclub en de eigenaar. De rechtbank overweegt:

‘Pas hierna heeft Haarlems Dagblad haar berichtgeving aangepast met de vermelding van ‘ [naam horecagelegenheid 1] ’ en ‘ [eiser] ’. Daarbij is niet de volledige naam van [eiser] genoemd, maar alleen zijn voornaam en de eerste letter van zijn achternaam. Dit is de gebruikelijke en algemeen geaccepteerde manier om namen van verdachten te publiceren. Er is dus sprake van een beperkte schending van de privacy van [eiser]’ (r.o. 4.5)

Hierna vervolgt de rechtbank:

‘Gezien het maatschappelijk belang van beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag is in dit geval het publiceren van beperkte aanvullende informatie (niet de volledige naam, maar wel de naam van [naam horecagelegenheid 1] en de voornaam en eerste letter van de achternaam) aanvaardbaar, ook al zou die het makkelijker maken [eiser] als verdachte te identificeren.’ (r.o. 4.7)

Daarnaast zijn de artikelen van april 2024 volgens de rechtbank niet onrechtmatig. Wat betreft het hoofdartikel van 6 april 2024 overweegt de rechtbank: ‘De uitlatingen in het artikel vinden – in samenhang met het nieuwsbericht van de politie en het lopend strafonderzoek – voldoende steun in de verklaringen van verschillende personen om tot publicatie in deze vorm over te mogen gaan.’ (r.o. 4.8)

Ook overweegt de rechtbank dat de krant zich voldoende als boodschapper heeft opgesteld: ‘Haarlems Dagblad heeft in het artikel voldoende duidelijk gemaakt dat het om verklaringen van betrokkenen gaat, gelet op het gebruik van formuleringen als “volgens”, “vertelt”, “herinnert”, “op terugkijk” en het gebruik van aanhalingstekens om duidelijk te maken dat sprake is van citaten. Het artikel bevat samenvattingen van verklaringen en is voldoende feitelijk gebracht. Daarnaast is door de opbouw van het artikel en het gebruik van formuleringen als “rond 2005”, “in die jaren” en “in die periode” duidelijk dat de verklaringen betrekking hebben op gebeurtenissen van jaren geleden en niet zien op de twee aangiften uit 2022.’ (r.o. 4.12)

Hier komt bij dat Haarlems Dagblad de nachtclubeigenaar voldoende mogelijkheid tot weerwoord heeft geboden en zijn reacties voor zover relevant in het artikel heeft vermeld, aldus de rechtbank (r.o. 4.14).

Wat betreft de artikelen van 19/20 april 2024 overweegt de rechtbank dat, in tegenstelling tot wat de nachtclubeigenaar beweert, hierin niet de indruk wordt gewekt dat de nachtclubeigenaar persoonlijk alcohol aan minderjarigen verstrekte. Daarnaast is de kop van een van de artikelen volgens de rechtbank weliswaar ‘wat kort door de bocht’, maar de rechtbank vervolgt: ‘Echter, uitgangspunt is dat een kop bedoeld is om de aandacht van de lezer te trekken en daarom ongenuanceerder en kernachtiger mag zijn dan het artikel zelf’. (r.o. 4.17)

De vorderingen worden afgewezen en de nachtclubeigenaar wordt veroordeeld in de proceskosten van Haarlems Dagblad.

Het vonnis benadrukt het maatschappelijk belang van beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en laat onder meer zien hoe media op zorgvuldige wijze invulling kunnen geven aan hun boodschappersfunctie.

XFacebookLinkedInWhatsAppMessengerEmail

Onderwerp: Persrecht Tags: Haarlems Dagblad, Maatschappelijk belang, Minderjarigen, Nachtclub, Nachtclubeigenaar, persvrijheid, Publicatie naam, Strafrechtelijk onderzoek

Primaire Sidebar

Zoek

Geschreven door

Siebe van Cassel

Lees alle artikelen van deze auteur

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de Media Report Nieuwsbrief!

Abonneer

Onderwerpen

  • Persrecht
  • Reclamerecht
  • Internetrecht
  • Mediaregulering
  • Entertainment
  • Intellectuele Eigendom
  • Auteursrecht
  • Kansspelen
  • Bestuursrecht

Footer

Inschrijven nieuwsbrief

Meld je nu aan voor de Media Report Nieuwsbrief!

Abonneer

Copyright © 2026 Media Report